Jan Dirk Overvoorde is op 8 maart 1920 in Delft geboren. Als hij 14 jaar is, gaat hij in de tuinderij van zijn vader werken, daarna bij een bakkerij. Hij vertrekt op 11 december 1941 met twee plaatsgenoten, Dirk den Hartog en Wim Huisman, richting Spanje. Ze hebben een kompas, een verrekijker, 4 roggebroodjes en 17 gulden bij zich. Met hun fietsen nemen ze de trein naar Breda. Voordat ze de grens oversteken, wisselen ze bij smokkelaars wat guldens om in Belgische franken, daarna fietsen ze via Antwerpen naar Brussel. Via Halle komen ze in Soissons, Noord-Frankrijk, waar ze hun fietsen verkopen. Met hulp van het verzet steken ze de eerste demarcatielijn (de zgn. Noord-Oostlijn) over. Ze nemen de trein naar Parijs en bezoeken de Eiffeltoren. Dan vervolgen ze hun treinreis naar Romorantin. De tweede demarcatielijn proberen ze op een zelfgemaakt vlot over te steken. Jan doet als eerste een poging. Veilig overgestoken duwt hij het vlot terug naar zijn reisgezellen, maar het vlot drijft weg terwijl zijn vrienden nog op de oever staan. Zij worden door Duitsers gearresteerd. Iets later wordt Jan door de Franse gendarmes gepakt waarna hij in de gevangenis van Châteauroux belandt. Daar wordt hem een keuze voorgelegd: Of voor de Duitsers werken of dienst nemen in het Franse Vreemdelingenlegioen. Hij spreekt weinig Frans maar wil niet voor de Duitsers te vechten: hij kiest voor het legioen. Als hij in Marseille komt om zich te registreren, blijkt dat hij voor vijf jaar moet tekenen. Hij wordt op 21 februari 1942 naar Oran gebracht en dan naar Sidi Bel Abbes, en krijgt een zware training van drie maanden. Dan schrijft hij een brief naar de Nederlandse regering in Londen om zich aan te melden voor de Prinses Irene Brigade. Ondertussen moet hij vijf maanden tegen de Duitsers vechten, hetgeen hem twee onderscheidingen oplevert. Op 5 februari 1943 brengt hij, tijdens de Slag om Djebel, onder zwaar vijandelijk vuur, een gewonde Engelse officier terug naar eigen linie. Op 7 juli 1943 wordt hij met geelzucht opgenomen in een ziekenhuis in Fez. Als hij weer beter is, probeert hij weer naar Engeland te gaan. Zijn contract bij het Legioen wordt op 13 september voortijdig beëindigd en de volgende dag tekent hij bij consul-generaal Randhuysen voor het Nederlandse leger in Algiers. Op 6 november 1943 komt hij, samen met Engelandvaarder Albert Willemse in Londen aan. Tot zijn schrik blijkt dat hij zijn Nederlanderschap heeft verloren. In de zomer van 1944 wordt hij, met andere Engelandvaarders uit het legioen, gehernaturaliseerd, zodat zij bij de Irene Brigade kunnen dienen. Hij dient op de MTB-229 (motortorpedoboot) in Dover. Nadat die lek is geschoten, wordt hij overgeplaatst naar het Mine Sweeper Corps in Harwich en later in IJmuiden. Hij wordt in maart 1946 gedemobiliseerd. Jan van Overvoorde heeft negen kinderen gekregen.
Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders