Leendert (Leen) Kapoen
Rotterdam, 23 augustus 1925 - Rotterdam, 4 januari 2021KAPOEN (Leendert, roepnaam Leen), geboren te Rotterdam op 23 augustus 1925. Hij woont met het ouderlijk gezin in Rotterdam-Vreewijk, op het adres Jagerslaan 94. Bij de razzia van 10 november 1944 wordt Leen opgepakt, hij is dan 19 jaar. Met zijn buurjongen Carel de Krijger spreekt hij af dat ze bij elkaar blijven. Ze brengen de nacht door in het Feijenoord stadion en moeten de volgende dag naar de klaarliggende Rijnaken. Onderweg krijgen ze van hun ouders nog wat extra spullen toegestopt. Leen en Carel komen terecht in een ruim van Damco 41. Via Zuilen gaan ze naar Amsterdam, waar ze overnachten en de volgende dag in een ander schip (de Helio) terechtkomen. Na een kort verblijf in de Van Heutzkazerne in Kampen, moeten de mannen verder in een overvolle trein. Voor Leen en Carel is eigenlijk geen plaats meer, maar zij worden net zo lang geslagen en getrapt tot het coupédeurtje dicht kan. Al snel denken de mannen aan ontvluchten uit de trein, maar Carel, die als eerste aan de beurt is, komt er op een pijnlijke manier achter dat aan hun wagon een hokje is bevestigd met daarin een Duitse bewaker. Wat volgt is een lange en vreselijke treinreis vol ontberingen, met heel weinig eten en drinken, alleen maar kunnen staan en een voortdurende angst voor luchtaanvallen. In Bocholt, dichtbij de grens met Nederland, moeten de mannen de trein verlaten. Zij moeten naar Hemden lopen. Volgens de Duitsers duurt dat maar een half uur, wat voor de vele mannen met dikke benen van de treinreis een zware opgave is. Als de mannen een uur lopen en in het donker geen gebouwen zien, laten ze zich uitgeput op de grond vallen. Sommigen vallen meteen in slaap. Ze blijken echter dichtbij het Lager te zijn en worden aangespoord door te lopen. De volgende dag horen de mannen dat ze loopgraven moeten maken rondom Bocholt, met een lengte van 8 km, en dat ze naar huis mogen wanneer dat werk af is. Mannen die al eerder in Duitsland hebben gewerkt, weten dat dat niet waar is. Na de jaarwisseling hebben de mannen het zwaar. Op 8 januari 1945 maakt Leen de tot dan toe ergste dag uit zijn leven mee. Het vriest hard, er ligt veel sneeuw en 75 mannen moeten -Leen zelfs op klompen- twee uur lopen om een nieuw werkobject te bereiken. Veel mannen vallen onderweg en de sneeuw vriest aan hun broekspijpen. Door de gladheid en de opkomende storm, kunnen de mannen niet meer, maar door SA-mannen worden zij aan het werk geslagen; zij moeten 1.500 palen versjouwen. Eten wordt niet gebracht. Rond 16:00 uur is iedereen zo moe dat niemand meer een paal kan optillen en ze weigeren verder te werken. De Duitsers vinden dat de mannen te weinig presteren. Op 9 februari 1945 worden de mannen, in de kou in een trein zonder ruiten, van Bocholt richting Keulen vervoerd. Leen heeft puin gezien in Rotterdam en andere plaatsen, maar nooit zo erg als in Keulen. De mannen komen terecht in een Lager in Köttingen, op zo’n 30 km van het front. Onderweg maar ook in de nieuwe omgeving worden de mannen regelmatig geconfronteerd met zogeheten Tiefflieger, en dat levert veel angstige momenten op. De luchtaanvallen nemen in alle hevigheid toe. Wanneer in het dichtbijgelegen Liblar een munitietrein is gebombardeerd, moet Leen helpen om de overgebleven munitie naar een andere trein over te hevelen. Het gevaarlijke werk duurt tot in de nacht. Opgejaagd door SA-mannen moeten Leen en de anderen op 1 maart 1945 het Lager verlaten, waarheen dat weet niemand. Door een toeval raken Leen en ene Epko los van de groep en zij gaan op eigen gelegenheid verder. Het zal een lange en moeizame tocht worden. Na een paar weken van omzwervingen vindt Leen werk bij een boer in Zelschotte, in de omgeving van Kierspe. Daar stelt hij vast dat hij zijn ondergoed al drie à vier maanden niet heeft kunnen wassen. Op 10 april 1945 komen de eerste Amerikaanse tanks voorbij en van de soldaten krijgt hij echte sigaretten. Wanneer hij er een opsteekt, wordt hij een beetje duizelig. Op 19 april besluiten Leen, Epko en ene Henk Tuinder, naar Rotterdam te lopen. Ze passeren Düren, maar worden dan tegengehouden door de Amerikanen omdat ze geen pas hebben om het gebied te doorkruisen. Later worden ze met trucks naar Nederland gebracht en Leen vindt dat zijn land er vredig uitziet, nergens puin te zien. Epko moet in een ziekenboeg worden opgenomen (vanwege schurft) en Leen en Henk gaan verder en wachten in Ginneken het moment af dat ze naar Rotterdam mogen. Leen hoort de verschrikkelijkste geruchten over de situatie in Rotterdam, maar op 24 mei krijgt hij bericht van thuis dat iedereen vermagerd, maar wel in orde is. Op 6 juni 1945 arriveert hij in Rotterdam, waar hij hoort dat zijn buurjongen Carel de Krijger is overleden. Na de oorlog trouwt Leen en wordt hij vader. Op 4 januari 2021 overlijdt hij in Rotterdam, 95 jaar oud.
Bron: Stadsarchief Rotterdam
Het leven tijdens de oorlog van Leendert (Leen) Kapoen
1944Opgepakt bij de Razzia van Rotterdam
Overleden in Rotterdam
Bronnen
Dit zijn de bronnen die bij Oorlogsbronnen bekend zijn over deze persoon.
Razzia van Rotterdam en Schiedam
Ron Schuurmans maakte biografieën van de slachtoffers van de razzia van Rotterdam en Schiedam op 10 en 11 november 1944. Dit was de grootste razzia die de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft gehouden. Bij deze razzia zijn ongeveer 52.000 van de 70.000 mannen van 17 tot en met 40 jaar oud uit Rotterdam en Schiedam weggevoerd.
Bekijk de bronAanbieder
Stadsarchief Rotterdam
Afbeelding van Leendert (Leen) Kapoen
Ontbreekt een portretfoto, of kan je ons helpen met een betere afbeelding van Leendert (Leen) Kapoen, dan kan je deze hier toevoegen. Ook is het mogelijk om de bestaande portretfoto beter bij te snijden.
Heeft u bezwaar tegen de vermelding van deze persoon?
Laat het ons weten door een e-mail te sturen naar info@oorlogsbronnen.nl



