Frans Joseph Gerard Brackel is op 14 oktober 1914 in Den Haag geboren als enige zoon van Louis Franz Otto Brackel en Angélique Maria Anna Bensdorp. Zijn ouders wonen dan in de Bankastraat 97 (Archipelbuurt) in Den Haag en verhuizen in 1927 naar de Hoogstraat 37. Hij gaat naar de HBS en na het overlijden van zijn vader wordt hij naar Kostschool Mariadal in Oosterloo gestuurd. Op 25 juni 1941 trouwt hij met Johanna Elisabeth Dijst (1915-2002) uit Amersfoort. Brackel dient vanaf februari 1940 onder kapitein Chris Tonnet als instructeur Btij 7 Veld-III Depot B.A. en wordt op 8 mei overgeplaatst naar Rijnsburg. Op 10 mei vliegen de Junkers transporttoestellen over, richting Wassenaar. Het zijn de parachutisten die naar Valkenburg gaan, en gekleed in Nederlands uniform worden afgeworpen. Brackel beschiet een Junker, die aan de rand van het vliegveld neerkomt. Hij wordt beschoten en raakt aan beide voeten gewond, waarna hij alleen nog maar kan kruipen. Hij trekt zich met drie gewonde militairen terug, vindt een fiets en gaat naar Katwijk. Onderweg horen ze ineens “Hände hoch!”. Hij wordt weer op de fiets gezet en de 4 Nederlanders worden meegenomen en later in een vrachtwagen naar het dorp Valkenburg gebracht, waar een Duitse arts hen verzorgt. Vanaf 11 mei proberen Nederlanders het dorp te heroveren. Brackel wordt door enkele granaatscherven getroffen. Op 14 mei, enkele uren nadat de capitulatie bekend is gemaakt, worden de gewonden door Nederlandse geneeskundige troepen afgevoerd naar het Academisch Ziekenhuis in Leiden. Daar ligt hij tot medio augustus. Brackel is drie keer aan de Duitsers ontsnapt. In januari 1944 is hij tijdens een transport van Nederlandse krijgsgevangen officieren uit een rijdende goederenwagon gesprongen en over de Karpaten naar Boedapest gegaan. Daar heeft hij, ook nadat Hongarije in maart 1944 door de Duitsers was bezet, zoveel mogelijk de Nederlandse en de geallieerde zaak gediend onder dikwijls moeilijke en gevaarvolle omstandigheden. Op 28 april 1944 is hij door de Duitsers gevangen genomen en naar Neubrandenburg gebracht. Daar is hij actief in de ‘reisverenging’, die ontvluchtingen organiseert. Door het prikkeldraad door te knippen, slaagt hij erin te ontvluchten met 8 officieren (Paul van Beckum, Frederik van Helsdingen, kapitein der Mariniers H.O. Romswinckel (1906), Lts Hans Dijkman, C.M. Schilperoord, van Slobbe, H. de Fremery en Vrins). Ze gaan naar Berlijn, krijgen daar valse papieren en keren naar Nederland terug, waar ze op 9 oktober aankomen. In Oldenburg gaan de ontsnappers uiteen. Hij neemt deel aan het verzet tegen de vijand en probeert op 12 januari 1945 met een groepje het bevrijde Brabant te bereiken door de Maas over te zwemmen. Hans Dijkman heeft zich in december bij het Britse leger aangesloten. Op 13 januari 1945 wordt hij aan de oever bij Neder Hemert opnieuw gevangen genomen en naar een kamp in Leipzig gebracht. Op 25 maart ontsnapt hij uit krijgsgevangenschap, ditmaal met Stanley Gordon-Powell (RAF) en Alfred Kuhn uit Zuid-Afrika. Met deze Britten ging hij naar Berlijn, waar ze valse papieren krijgen waarmee ze naar Sonderberg (Denemarken) gaan. Daar worden ze in mei 1945 door Britse troepen bevrijd. Op 21 mei verlaat Brackel Sonderberg samen met consul E van Toornburg en sgt H van Willigen (tolk). Ze rijden in een Ford V8 via Hamburg, Bremen en Osnabrück naar Enschede. De reis duurt 26 uren. Brackel en Dijkman blijven in militaire dienst. Beiden worden in 1946 naar het toenmalige Nederlands-Indië gestuurd en keren na de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring in 1949 naar Nederland terug. Brackel wordt militair attaché in Belgrado en eindigt zijn militaire carrière als generaal-majoor. Frans Brackel is op 20 mei 2007 in Arendonk (Antwerpen) overleden.Foto 2: tekening gemaakt door ritmeester Cohen Stuart in kamp Neubrandenburg, augustus 1944.
Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders