Egbert Geert Olthof
Rotterdam, 23 juli 1914 - Rotterdam, 8 december 1969OLTHOF (Egbert Geert), geboren te Rotterdam op 23 juli 1914. Hij trouwt in 1942 en woont in 1944 met zijn vrouw en dochter vermoedelijk in Rotterdam-West. Bij de razzia van 10 november 1944 wordt Egbert opgepakt, hij is dan 30 jaar en winkelier. Zijn vrouw is dan zo’n vier maanden in verwachting van het tweede kind. Met een rijnaak wordt Egbert weggevoerd, via Amsterdam, het IJsselmeer en Kampen, naar Zwolle. Daarna moet hij twee uur lopen naar Kamp Wezep, waar hij op 12 november 1944 aankomt. Daar verblijft hij bijna twee weken en hij verveelt zich enorm. Het leven in het kamp bestaat vooral uit wachten: van de ene maaltijd tot de andere en dan tot het slaaptijd is. “Ketelbinkie” is een geliefd liedje in het kamp; vooral de eerste regels beginnend met “Toen wij uit Rotterdam vertrokken …” kan men de mannen regelmatig horen brullen. Op 23 november 1944 vertrekt Egbert met een grote groep. Een trein brengt de mannen van Wezep, via Hengelo en Enschede, naar het in Essen gelegen station Steele, waar de mannen twee dagen in de stilstaande trein moeten doorbrengen. Daarna worden zij in de ijzige kou met een trein zonder ruiten naar Hamm gebracht, waar zij op 26 november 1944 aankomen. Onderweg zien de mannen aan een stuk door kapotgebombardeerde treinen, locomotieven, fabrieken en woonhuizen. Ook Hamm is zwaargehavend en biedt de arriverende mannen een troosteloze aanblik. De omstandigheden zijn ellendig. Het Lager tocht aan alle kanten, het eten komt nooit op tijd en is te weinig, de meeste mannen hebben onvoldoende kleding, geen shag en geen zeep om hun vuile goed te wassen. Alle mannen worden tewerkgesteld bij de Reichsbahn. Egbert komt bij het onderdeel Betriebswerk (remise), maar er is vrijwel geen werk. Om de mannen bezig te houden zoeken de Duitsers werk voor hen, maar doorgaans zijn het overbodige klussen. Vanaf het begin ligt het werk vaak stil door het aanhoudende luchtalarm, waardoor de mannen veel tijd moeten doorbrengen in schuilkelders. Om hun karige rantsoenen aan te vullen gaan de mannen vaak “de boer op”: klusjes verrichten voor mensen in ruil voor eten, drinken en sigaretten. Sommigen hebben hiervoor zelfs een vast “adres”. Vermoedelijk behoort Egbert tot de 11 mannen die op 17 januari 1945 met ziekentransport terugkeren naar Rotterdam, waardoor hij de geboorte van zijn zoon kan meemaken. Na de oorlog wordt hij nog tweemaal vader en wordt hij vertegenwoordiger bij de meelfabriek d’ Blaauwe Molen NV. Op 8 december 1969 overlijdt Egbert in Rotterdam, 55 jaar oud.
Bron: Stadsarchief Rotterdam
Het leven tijdens de oorlog van Egbert Geert Olthof
1944Opgepakt bij de Razzia van Rotterdam
Overleden in Rotterdam
Bronnen
Dit zijn de bronnen die bij Oorlogsbronnen bekend zijn over deze persoon.
Razzia van Rotterdam en Schiedam
Ron Schuurmans maakte biografieën van de slachtoffers van de razzia van Rotterdam en Schiedam op 10 en 11 november 1944. Dit was de grootste razzia die de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft gehouden. Bij deze razzia zijn ongeveer 52.000 van de 70.000 mannen van 17 tot en met 40 jaar oud uit Rotterdam en Schiedam weggevoerd.
Bekijk de bronAanbieder
Stadsarchief Rotterdam
Afbeelding van Egbert Geert Olthof
Ontbreekt een portretfoto, of kan je ons helpen met een betere afbeelding van Egbert Geert Olthof, dan kan je deze hier toevoegen. Ook is het mogelijk om de bestaande portretfoto beter bij te snijden.
Heeft u bezwaar tegen de vermelding van deze persoon?
Laat het ons weten door een e-mail te sturen naar info@oorlogsbronnen.nl



