Henri Johann Keppler, op 17 oktober 1926 geboren in Negaga (Nederlands-Indië), behoort tot een groep van honderden jongens van 14 jaar en ouder die in 1941 vanwege de dreigende invasie door het Japanse leger dienst neemt bij de Militaire Luchtvaartdienst (MLD) in Soerabaja. De tieners krijgen er op het Marinevliegkamp Morokrembangan een vliegopleiding. Vanwege hun jeugdige leeftijd worden ze al gauw de ‘knikkerploeg’ genoemd. Vlak voor de inval van de Japanners worden 510 rekruten ingescheept en via Tjilatjap, Colombo, Durban en Kaapstad naar Engeland gebracht. Na een reis van ruim drie maanden komen ze aan in een nieuwe wereld, waar sneeuw op de trottoirs ligt. Ze worden tijdelijk ondergebracht bij de Prinses Irene Brigade in Wolverhampton en volgen een technische opleiding op de vliegbasis Cosford, waarna ze bij het Nederlandse 320 squadron binnen de RAF worden geplaatst. Op 24 juni 1944 stijgt de B-25 Mitchell-II-B-25D-FR204/NO-S in Engeland op voor een missie in Noord-Frankrijk. Aan boord korporaal-vliegtuigschutter Henri Keppler, sergeant-vliegtuigschutter Andries Hielckert, officier-vlieger Fons Loohuizen en officier-waarnemer Joost Sluis. Volgens de Engelse autoriteiten is in het Château d’Ansenne een Duits Hoofdkwartier gevestigd dat verantwoordelijk is voor de lancering van vliegende bommen (V1’s). Op 15 maart 1944 waren luchtopnames van het kasteel gemaakt, op 1 mei werd het op de lijst van potentiële doelen geplaatst en op 21 juni geselecteerd voor de aanval op 24 juni. Het vliegtuig vertrekt om 20.00 uur en de aanval vindt om 20.25 uur plaats, met 11 B-25 Mitchells van het 320 squadron en 12 B-25 Mitchells van het 226 squadron. Het 320 vliegt vooraan in de formatie. Vlak na het bereiken van de Franse kust nabij Tocqueville-sur-Eu komt de Duitse luchtafweer in actie. Deze installatie stond in de regio ten oosten van Tocqueville-St. Sulpice-sur-Yères en ten zuiden van St. Rémy-Boscrocourt. In een wolkenloze blauwe lucht, die gevuld was met kleine zwarte granaatvlokken, explodeert een van de FLAK-granaten ter hoogte van de linker motor van de bommenwerper van luitenant Loohuizen. Het tweemotorige vliegtuig raakt uit balans en verlaat de formatie, een spoor van vuur en vlammen achterlatend, met het sinistere gehuil van een getroffen vliegtuig. De B-25 Mitchell zet koers naar het oosten, om vervolgens neer te storten, met de bommen nog aan boord. Alles gaat heel snel, niemand kan iets doen. Er zijn geen parachutes te zien. Enkele tientallen seconden later spat het toestel op de grond uiteen in een enorme explosie. Geen van de bemanningsleden ziet kans eruit te springen. Alle vier inzittenden worden als ‘vermist, vermoedelijk gesneuveld’ opgegeven. De stoffelijke resten van Hans Keppler zijn bijgezet op de militaire erebegraafplaats bij de Grebbeberg.
Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders