Hendrik Nicolaas Edenburg
Rotterdam, 3 april 1913 - Rotterdam, 21 november 1999EDENBURG (Hendrik Nicolaas), geboren te Rotterdam op 3 april 1913. Hij trouwt in 1941 en woont in 1944 met zijn vrouw in de Rotterdamse wijk Oud-Mathenesse, op het adres Professor Poelslaan 66b. Bij de razzia van 10 november 1944, hij is dan 31 jaar en distributieambtenaar, ziet Hendrik geen mogelijkheid om te schuilen en meldt hij zich rond 11:00 uur op straat. Hij vermoedt dat hij een paar weken naar Drenthe moet om aardappels te rooien. Via de Schiedamseweg en het Marconiplein moet hij naar een loods aan de Lekhaven. Zijn Ausweis levert geen vrijstelling op, het document wordt niet eens bekeken. ’s Avonds moet hij naar de Merwehaven, waar rijnaken klaarliggen. Rond 21:00 uur vertrekken de rijnaken; met veel Schiedammers bevindt Hendrik in de rijnaak met de naam St. Antonie. Volgens de lezing van Hendrik wordt de rijnaak via de Nieuwe Maas en de Lek voortgesleept en moet deze richting Vreeswijk, maar de sleepboot vaart, of per ongeluk of als een daad van stil verzet door de kapitein, verkeerd en meert aan in Meerkerk, waar de mannen eten en drinken krijgen van de bevolking. Door de plaatselijke illegaliteit wordt ondertussen een tijdbom bevestigd aan de roef van het schip, om de daar verblijvende Duitsers onschadelijk te maken, zodat de Rotterdamse en Schiedamse mannen kunnen vluchten. De volgende dag, 11 november 1944, vertrekt de rijnaak richting Vreeswijk, om vervolgens via het Merwedekanaal naar het Amsterdam-Rijnkanaal te varen. Omstreeks middernacht, ter hoogte van Jutphaas, explodeert de tijdbom. Hierdoor ontstaat een zodanig gat in de romp dat het schip onmiddellijk begint te zinken. Vier mannen komen om het leven. De meeste mannen, waaronder Hendrik, kunnen op een langszij gekomen sleepboot overstappen. Nadat de mannen drie uur in de regen op de oever hebben moeten staan, worden zij opgevangen in een kloostertje in Jutphaas. In de namiddag van 12 november 1944 moeten de mannen verder in een andere rijnaak, maar zij zijn angstig en weigeren. Toch moeten zij erin, en voor hun veiligheid worden bijna alle luiken opengeschoven. De keerzijde is dat het naar binnen regent, al vrij snel plassen in de aak ontstaan, de mannen niet kunnen zitten en natregenen. Maar zij hebben dit liever dan de angst nog een keer in een afgesloten en zinkend schip te zitten. ‘s Avonds ontstaat er toch weer paniek wanneer ze een hevige stoot voelen en de aak gaat schommelen. Het blijkt mee te vallen; door het knappen van een kabel had de aak niet de bocht van de sleepboot gevolgd, maar was rechtuit door gevaren en tegen de wal opgelopen. Wanneer de rijnaak is vlot getrokken, gaat het transport verder via Maarssen, Amsterdam, en het IJsselmeer naar Kampen. De voettocht naar de Van Heutzkazerne doet zo spookachtig aan, met schreeuwende en schietende en klappen uitdelende Duitsers, dat Hendrik denkt dat hier een massamoord zal plaatsvinden. In de avond van 19 november 1944 wordt Hendrik verder getransporteerd met een overvolle trein. De trein rijdt via Zwolle, Meppel, Hoogeveen, Assen en Groningen naar Nieuweschans en in Duitsland via Leer, Filsum, Apen en Oldenburg naar een Durchgangslager in Ohmstede. Na een paar dagen moet Hendrik naar Emden, weer een paar dagen later naar Osnabrück, waar veel wordt gebombardeerd en waar de “Ausländer” geen gebruik mogen maken van de schuilgelegenheden. De nachten brengt hij door in een bij het station staande trein, waarin alleen zittend kan worden geslapen. Op 2 december 1944 keert Hendrik terug naar Emden, waar hij tot 16 januari 1945 tewerkgesteld wordt bij een aannemer. Hij moet emmers met betonzand, kiezel enzovoorts naar boven hijsen. Vanaf 17 januari 1945 moet Hendrik dagelijks met de trein naar Leer, om daar aan het spoor te werken. In de nacht van 11 op 12 april 1945 moeten alle gevangenen van de drie Lagers in Emden lopend naar Leer, 30 km verderop. De Nederlanders vormen met Russen, waaronder vrouwen met kinderen, en Fransen een eindeloze colonne, bewaakt door voornamelijk Russen in Duits uniform. Vervolgens gaan de Nederlanders naar Nieuweschans, waar zij in de nacht aankomen en waar alle bewaking is verdwenen. Tot 1 mei 1945 wordt Hendrik opgevangen door een boerin in Beerta. In die plaats maakt hij de bevrijding mee. Vervolgens verblijft hij tot 6 juni 1945 bij kennissen in Ter Apel. Op 7 juni 1945 kan hij met een schipper uit Assen meevaren naar Spakenburg en moet hij op de aardappels slapen. Vanuit Spakenburg gaat hij liftend naar Rotterdam, waar hij op 15 juni 1945 aankomt. Zijn moeder leeft dan niet meer; na een langdurige ziekte overlijdt zij nog geen drie weken na de razzia. Na de oorlog wordt Hendrik vader. Hij overlijdt op 21 november 1999 in Rotterdam, 86 jaar oud.
Bron: Stadsarchief Rotterdam
Het leven tijdens de oorlog van Hendrik Nicolaas Edenburg
1944Opgepakt bij de Razzia van Rotterdam
Overleden in Rotterdam
Bronnen
Dit zijn de bronnen die bij Oorlogsbronnen bekend zijn over deze persoon.
Razzia van Rotterdam en Schiedam
Ron Schuurmans maakte biografieën van de slachtoffers van de razzia van Rotterdam en Schiedam op 10 en 11 november 1944. Dit was de grootste razzia die de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft gehouden. Bij deze razzia zijn ongeveer 52.000 van de 70.000 mannen van 17 tot en met 40 jaar oud uit Rotterdam en Schiedam weggevoerd.
Bekijk de bronAanbieder
Stadsarchief RotterdamOpgepakten en Getuigen Razzia Rotterdam 1944
Het werkarchief van B.A. Sijes voor zijn publicatie De razzia van Rotterdam – 10-11 november 1944 ligt bij het NIOD en bevat informatie over degene die werden opgepakt tijdens de Razzia van Rotterdam.
Bekijk de bronAanbieder
NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies
Afbeelding van Hendrik Nicolaas Edenburg
Ontbreekt een portretfoto, of kan je ons helpen met een betere afbeelding van Hendrik Nicolaas Edenburg, dan kan je deze hier toevoegen. Ook is het mogelijk om de bestaande portretfoto beter bij te snijden.
Heeft u bezwaar tegen de vermelding van deze persoon?
Laat het ons weten door een e-mail te sturen naar info@oorlogsbronnen.nl



