Josua van Embden is op 4 december 1908 in Amsterdam geboren. Als de oorlog uitbreekt, werkt hij in Den Haag bij de Bataafsche Petroleum Maatschappij (BPM) en woont hij in Park Leeuwenberg 17 in Leidschendam. In de tussentijd studeert hij chemie aan de Technische Hogeschool Delft. Daar komt per 1 juni 1941 een einde aan, omdat Joden de toegang tot universiteiten wordt ontzegd. Op 1 april 1942 wordt hij als gevolg van de anti-Joodse maatregelen van de Duitse bezetter ontslagen. Josua wil proberen per boot naar Engeland uit te wijken, maar slaagt er niet in met iemand in contact te komen die over een boot beschikt. In het voorjaar van 1942 komt hij in contact met ene Van de Pol, die in de Piet Heinstraat in Den Haag woont en familie heeft in Baarle-Nassau. Van een voormalige secretaresse bij de Bataafsche krijgt hij het adres van een oom van haar in Brussel: Jean Baré, Rue de Montenegro 83. Met Van de Pol neemt Josua op 18 juli de bus naar Tilburg en vandaar reizen ze naar Baarle-Nassau. Van hier af reist Josua alleen verder, omdat Van de Pol zijn meisje in het Zeeuwse Zeele wil bezoeken. Josua gaat op de fiets de Belgische grens over. Via Merkxplas bereikt hij Beerse, waar hij de tram naar Antwerpen neemt en vervolgens de trein naar Brussel. Na een overnachting in het ‘Hotel de France’ in Valenciennes bereikt hij Parijs, waar hij onderdak vindt bij iemand van BPM. In Dijon overnacht hij onder een valse naam. Via Blois bereikt hij het plaatsje Montrichard, dat op de demarcatielijn tussen het bezette en onbezette deel van Frankrijk ligt. In een konvooi van 80 personen, onder wie Franse, Belgische en Nederlandse Joodse gezinnen, gaat hij bij een doorwaadbare plek de rivier de Cher over. Met hulp van een gids (‘passeur’) bereikt hij Lyon. Daar krijgt hij hulp van de Nederlanders Jaquet en Sally Noach, die voor het Nederlandse consulaat werken. Voor een tijdje huurt Josua een kamer aan de Boulevard des Belges 94. De vestiging van Shell in Lyon regelt reispapieren en visa voor hem, daarmee kan hij begin november via Marseille, Barcelona en Madrid naar Lissabon reizen. Na een verblijf van enkele dagen in het pension ‘Londres’ krijgt hij op 18 november ’42 een plaatsje in een vliegtuig naar Bristol. In het Engelse Teddington woont hij in een huis van Shell. Via de ‘Hollandse club’ van Shell wordt hij voorgesteld aan Prins Bernhard. Omdat hij beschikt over een door Home Office geautoriseerd visum voor Engeland hoeft Josua niet te worden verhoord in de Patriotic School. In een brief aan de Nederlandse minister van Justitie uit ondervrager Oreste Pinto zijn verbazing over het feit dat Van Embden zo gemakkelijk door de procedure is gekomen. Van Embden krijgt een functie op het Nederlandse ministerie van Economische Zaken in Londen. Op 11 maart 2005 overlijdt hij in Barrie, Ontario. .
Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders