Willem (Wim) Lambertus Christiaan Lindenburg is op 31 mei 1900 geboren te Groningen. In juli 1924 studeert hij af aan de TH Delft. Als civiel ingenieur treedt hij in dienst bij het Bruggenbureau van Rijkswaterstaat. Hij is betrokken bij de bouw van grote bruggen in het kader van de uitvoering van het Rijkswegenplan 1927, waaronder de bruggen bij Zaltbommel (1931) en over de Merwede (1933). Op 20 april 1931 is hij getrouwd met Eve Kuipers. In 1932 gaan ze wonen in de Den Burghstraat 18 in Voorburg. Als gevolg van de toenemende wapenproductie dreigt eind jaren dertig een tekort aan staal voor de bruggenbouw. Lindenburg moet daarom in het buitenland staal inkopen, voor welk doel hij een aantal dienstreizen naar onder meer Duitsland maakt. Na de inval van het Duitse leger in Nederland raakt Wim betrokken bij verzetswerk. Hij helpt Joodse mensen onderduiken en verzamelt gegevens over de activiteiten van Duitse bedrijven in Nederland. Ook heeft hij contacten met de Ordedienst (OD), een verzetsgroep van voornamelijk ex-militairen. Voorts is hij betrokken bij het verzet de zogeheten groep ’Dienst Wim’. Hij opereert onder de valse naam 'Wouter Gerritsen'. Hij doet dit gevaarlijke werk 'omdat ik uiteindelijk toch hetzelfde risico liep als een soldaat die voor zijn vaderland vecht'. Op het Binnenhof in Den Haag begint Kriminaldirektor Joseph Schreieder, hoofd van de afdeling van de Sicherheitsdienst die is belast met contraspionage, belangstelling te krijgen voor het verzetswerk van ingenieur Lindenburg. Schreieder zet een van zijn belangrijkste informanten op zijn spoor: Anton van der Waals. De gewiekste verrader neemt zijn intrek in een woning vlakbij die van Lindenburg - Laan van Nieuw Oosteinde 243 - die toebehoorde aan de gedeporteerde Joodse leerhandelaar Max Levisson. Op 26 maart 1943 komen 's avonds laat drie mannen van de Sicherheitspolizei aan de deur in de Den Burghstraat. Terwijl zijn echtgenote Eve hen aan de praat houdt, weet Lindenburg via de tuin te ontsnappen. ‘Het is de heren net op een halve seconde na mislukt’, aldus Wim later. De volgende ochtend neemt hij de trein naar Delfzijl. Daar kan hij onderduiken, omdat hij sinds november ‘42 betrokken is bij de verzetsorganisatie ‘Zwaantje’ van dokter Allard Oosterhuis, wiens echtgenote een nicht is van Lindenburg. ‘Zwaantje’ verleent hulp aan mensen die via de haven van Delfzijl naar Zweden willen. Ook worden in het geheim gegevens over de waterstaat in bezet Nederland naar Engeland verzonden. Op 31 mei 1943 verstopt Wim zich samen met Charles van Houten, Leen Pot, Pieter Six en Hendrik van der Wijck met medeweten van kapitein Harrie Roossien in een kleine, slecht geventileerde tussenruimte in de watertank van diens schip 'Hollandia'. Pas als het schip na een hete dag via het Kielerkanaal de Oostzee bereikt, kunnen de vijf mannen weer aan dek komen. Lindenburg wordt half bewusteloos uit de schuilplaats bevrijd. Op 4 juni 1943 komen ze in Stockholm aan. Daar neemt Lindenburg de leiding van de Nederlandse inlichtingendienst over van A.M. de Jong, die tevens de Nederlandse honorair consul in Zweden is. Na hun overtocht wordt ‘Zwaantje’ eind juli ‘43 verraden door kapitein Jos Aben, die in het geheim met de SD van Schreieder en Van der Waals samenwerkt. Aben neemt verzetsmensen als verstekeling mee op zijn schip ‘Excelsior’, zogenaamd om hen naar Zweden te helpen ontsnappen, maar onderweg levert hij hen uit aan de Duitse politie. Om bij de Nederlandse inlichtingendienst in Stockholm geloofwaardig te blijven, levert hij af en toe een verzetsman veilig in Zweden af. In de late avond van 17 september 1943 arriveert ook Anton van der Waals in Zweden. In opdracht van SD-chef Schreieder is Anton met het schip van Aben zogenaamd als verzetsman naar Zweden gevlucht. Het werkelijke doel van Van der Waals is het vertrouwen van Lindenburg en zijn medewerkers te winnen en te worden doorgestuurd naar Londen, met het doel te infiltreren in de Nederlandse en Engelse geheime diensten. Op die manier denkt Schreieder veel te weten te komen over verzetsgroepen in Nederland en hun zendcontacten met Londen. Vanaf 18 september ‘43 voert Lindenburg diverse gesprekken met Aben en Van der Waals, die zich in Stockholm presenteert als ‘ir. Baron van Lynden’. De ‘baron’ vertelt hem een stoer verhaal over zijn zogenaamde verzetsactiviteiten. Onder meer zou hij in Nederland munitiedepots en de sluis bij Maasbracht hebben opgeblazen. Lindenburg noch zijn medewerkers hebben enig benul van de identiteit van de man met wie zij praten en doorzien zijn snode plan niet. Leen Pot, met Lindenburg mee naar Zweden gekomen, begint Aben en Van der Waals te wantrouwen; ‘baron van der Lynden’ blijkt namelijk niet te worden vermeld in het Nederlands Adelsboek. Op 23 september 1943 rapporteren Pot en Lindenburg hun bevindingen aan het hoofd van Bureau Inlichtingen in Londen, Jan Somer, met de vraag hoe verder te handelen. Voor overleg met Somer en diens chef, kapitein H. Lieftinck, vliegt Lindenburg naar Londen. Intussen wordt Anton van der Waals uit voorzorg ondergebracht in het gebouw van het Nederlandse consulaat, waar men hem in de gaten kan houden. Na zijn terugkeer uit Londen kan Lindenburg niet tot overeenstemming komen met de ‘baron’. Van der Waals keert daarom na enkele dagen op het schip van Aben terug naar Nederland. Op 3 oktober is hij terug in Den Haag. SD-chef Schreieder is niet blij met het fiasco in Stockholm. Hij concludeert dat zijn poging het Englandspiel in een beslissende fase te brengen is mislukt. Maar door het verraad van Aben en Van der Waals was in elk geval aan ‘Zwaantje’ en daarmee de ‘Zweedse weg’ een einde gekomen. De wonderbaarlijke ontsnapping uit Zweden van de man die kort tevoren in Voorburg jacht op Lindenburg maakte is te verklaren uit het feit dat Van der Waals pas ná zijn vertrek werd herkend. In de Zweedse hoofdstad circuleerde het door Pieter Six vanuit bezet Holland meegebrachte ’Opsporingsblad’ van het Nederlandse verzet, waarin ook Van der Waals’ portretfoto stond. Als kapitein Aben begin januari 1944 met zijn schip wederom een Zweedse haven aandoet, slaagt Lindenburg erin hem over te halen met hem mee te gaan naar Engeland. Na aankomst per vliegtuig wordt Aben gearresteerd en opgesloten. Op 30 maart 1944 vliegt Wim opnieuw naar Engeland. In Londen gaat hij aan de slag bij het ministerie van Waterstaat onder leiding van minister ir. J.W. Albarda. Hij behoort tot een kleine groep ingenieurs die is belast met de voorbereidingen van het ‘herstel van o.a. openbare werken, het binnenlandsch verkeer en vervoer’ in het zwaar gehavende Nederland. Na de bevrijding wordt hij lid van de ‘Commissie van Advies inzake tegemoetkoming aannemers van Rijkswaterstaatwerken in oorlogstijd 1943-1953’. Eind 1953 verhuist hij naar Almelo, waar hij is benoemd tot hoofdingenieur/directeur bij Rijkswaterstaat. Na zijn pensionering in november 1963 verhuist hij in 1965 naar Wierden. Daar overlijdt hij in 1978. Mede door zijn verzet kwam in april 1944 een einde aan het verraderlijke spionnenspel tussen de Engelse en Duitse inlichtingendiensten, dat 54 Nederlandse geheim agenten en ruim 400 verzetsmensen het leven heeft gekost.
Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders
Willem Lambertus Christiaan Lindenburg (Groningen, 31 mei 1900 - onbekend) was ingenieur bij het Ministerie van Waterstaat en verzetsdeelnemer. Lindenburg bood hulp aan ondergedoken Joden en verstrekte informatie aan Groep-Zwaantje. Op 24 maart 1943 ontsnapte Lindenburg aan arrestatie door de Sichterheitspolizei (SiPo) en vluchtte samen met vier andere verzetsdeelnemers via Delfzijl per schip naar Stockholm in het neutrale Zweden. Hier bleef Lindenburg officieel in dienst van het Ministerie van Waterstaat, maar werkte tegelijkertijd ook als vertegenwoordiger van Bureau Inlichtingen (BI). Per 1 april 1944 werkte Lindenburg als hoofdingenieur bij de afdeling Herstel van het Ministerie van Waterstaat te Londen.
Bron: Stichting WO2Net | Oorlogsbronnen.nl