Reindert Johannes van der Laan (1927) woont tot september 1941 bij zijn ouders in Ermelo en rondt zijn driejarige HBS-opleiding af in Harderwijk. Hij schrijft zich in voor een cursus kustvaart aan de Oranje Nassau School in Amsterdam, omdat hij door het grote aantal aanmeldingen niet terecht kan op de Zeevaartschool. Dankzij zijn HBS-achtergrond stroomt hij direct in de tweede klas en behaalt hij binnen een jaar zijn kustvaart-getuigschrift. Door de oorlog stijgen de kosten van levensonderhoud, waardoor zijn ouders de Zeevaartschool niet kunnen bekostigen. Hij besluit zelf geld te verdienen en gaat vrijwillig varen bij de rederij Van Ommeren in Rotterdam. Hij wordt geplaatst op de Rijntanker "Hispania", die voor de Wehrmacht vaart en voornamelijk in Duitsland opereert. Op 6 januari 1943 neemt hij verlof, maar hij is Duitsland zat en dient zijn ontslag in. Het arbeidsbureau blijft hem oproepen, maar hij negeert de meldingen en blijft tot 5 november 1943 thuis. Op 4 november verschijnt een wachtmeester van de Marechaussee aan huis. Na een felle woordenwisseling slaat de wachtmeester hem ernstig met een gummistok, waarna hij half bewusteloos raakt. Hij wordt meegenomen naar het arbeidsbureau in Harderwijk, waar hij een brief ontvangt met de opdracht zich de volgende ochtend te melden bij de rederij Van Oeveren in Rotterdam. Ondanks pijn en angst meldt hij zich op het station en reist naar Rotterdam. Na een medische keuring wordt hij op transport gezet naar Parijs en vervolgens naar Marseille. In afwachting van een schip verblijft hij op het wachtchip "Marechal Liautey". Eind december 1943 gaat hij aan boord van de "Laborieux" als steward. De eerste kapitein, Bogaard, blijkt onbekwaam en wordt vervangen door NSB’er Hellenaar, die nauwe banden heeft met de Duitsers en mogelijk de Sicherheitsdienst. Door een conflict met een Duitse matroos wordt hij samen met kapitein Hellenaar bij de Duitse havencommandant geroepen, uitgescholden en gestraft met drie dagen cel en een boete van 270 franc. Zijn vriend Ben, een matroos en voormalig barkeeper, krijgt een relatie met een Frans meisje. Samen sparen ze geld om via haar familie naar Zwitserland te vluchten. Ze brengen wekelijks hun zakgeld naar haar ouders, maar na een bombardement blijkt de familie verdwenen en het geld verdwenen. Tijdens de geallieerde invasie in Zuid-Frankrijk wordt hun schip naar Port-de-Bouc gestuurd. Ze krijgen het bevel het schip te laten zinken, maar verbergen zich in een schuilkelder. De Duitsers brengen het schip daarna zelf tot zinken en trekken zich terug. De kapitein vertrekt met hen. Reindert meldt zich bij de burgemeester en wordt ondergebracht met andere achtergebleven mensen. Na controle van de papieren helpt de Franse marine hen bij het opruimen van de haven. Enkele dagen later arriveren de Amerikanen. Op verzoek van de Amerikaanse kapitein Saint Louis werkt hij enige tijd op een kraan in Marseille en reist daarna via Parijs per vliegtuig naar Londen. De verhoorder noteert over hem: "Alhoewel jong, maakt hij een flinke indruk. Zijn enige fout is vrijwillig in Duitsland te gaan varen, doch de omstandigheden brachten hem daar enigzins toe."
Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders