
Dagboek ; Herinneringen aan mijn P.O.W. tijd
Het oorspronkelijke dagboek is na de oorlog overgeschreven door Oomes. Voorin een tekening van het benzineblik waarin het oorspronkelijke dagboek bewaard werd, dat in de laatste maanden op meelzakken werd geschreven. Het dagboek bevat ingeplakte krantenknipsels en andere documentjes en plattegronden van kampen. Los bijgevoegd zijn (in 2 versies) 'Herinneringen aan mijn P.O.W. tijd' en de originele stof van een voedselparachute in de kleuren van de Nederlandse vlag uitgegooid boven P.O.W.-kamp Miata op 30 augustus 1945. André Oomes (1922-2006) woont met zijn familie in Soerabaja. Zijn moeder overlijdt in 1940. Als dienstplichtig militair bij het KNIL wordt hij in juli 1941 opgeroepen naar Magelang waar hij in opleiding gaat tot radiotelegrafist bij de genie. Zijn eenheid is in Tjimahi en Tjileuntja niet direct bij gevechten betrokken en daardoor wordt hij niet gelijk krijgsgevangen gemaakt. Voor zijn eigen veiligheid sluit hij zich bij een voorbijkomende colonne krijgsgevangenen aan en komt zo in juni 1942 in krijgsgevangenkamp Tjilatjap. De vader van André gaat als weduwnaar met zijn jongere zonen Tom en Frans naar een burger-interneringskamp. In januari 1943 wordt André via Singapore naar Birma verscheept om als dwangarbeider te werken aan de Birma-Siamspoorweg in Koetjie en Non Pladuk. De laatste oorlogsmaanden werkt hij in kolenmijn Fukuoka in Japan in krijgsgevangenkamp Miata. In oktober 1945 keert hij met een Amerikaans marineschip terug naar Indonesië. André Oomes (1922-2006) woont met zijn familie in Soerabaja. Zijn moeder overlijdt in 1940. Als dienstplichtig militair bij het KNIL wordt hij in juli 1941 opgeroepen naar Magelang waar hij in opleiding gaat tot radiotelegrafist bij de genie. Zijn eenheid is in Tjimahi en Tjileuntja niet direct bij gevechten betrokken en daardoor wordt hij niet gelijk krijgsgevangen gemaakt. Voor zijn eigen veiligheid sluit hij zich bij een voorbijkomende colonne krijgsgevangenen aan en komt zo in juni 1942 in krijgsgevangenkamp Tjilatjap. De vader van André gaat als weduwnaar met zijn jongere zonen Tom en Frans naar een burger-interneringskamp. In januari 1943 wordt André via Singapore naar Birma verscheept om als dwangarbeider te werken aan de Birma-Siamspoorweg in Koetjie en Non Pladuk. De laatste oorlogsmaanden werkt hij in kolenmijn Fukuoka in Japan in krijgsgevangenkamp Miata. In oktober 1945 keert hij met een Amerikaans marineschip terug naar Indonesië.
- Oomes, A.A. jr.
- Nederlands-Indische dagboeken en egodocumenten
- Collectie 401: Nederlands-Indische dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- Dagboek met tekeningen, ingeplakte documenten, foto's en knipsels (Handgeschreven)
- 764
- 401-764
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer









