
Dagboek van een schooljongen betreffende 10 mei 1940
Verslag van G.A. Russer over de Duitse aanval op Nederland op 10 mei 1940. Russer is dan een twaalfjarige scholier uit Heemstede. ‘Het is een warme lome zomerzondagmorgen: Pinksteren 1940. De straat waarin wij wonen is omkranst door in volle bloei staande kastanjebomen. Als je omhoog kijkt kun je nauwelijks de blauwe lucht zien, zo dik staan de bomen in ‘t blad. De bloesems staan als grote ritsen kaarsen tussen het gebladerte. Nóg is het stil, zo vroeg in de morgen, alleen het fluiten van de vogels is hoorbaar. Die trekken zich niets aan van vijandelijkheden op de grond en in de lucht. Op afstand klinkt een telkens aanzwellend gebrom: voor ons kinderen een onbekend geluid. Al woonden wij hemelsbreed niet ver van de Luchthaven Schiphol, vliegtuigen maakten niet zóveel lawaai met hun propellers. Wat nu aanzwol tot ’n angstig gedreun was héél wat anders: wisten wij veel van de grote Duitsche Luftflotte, die daar hoog in de lucht aan kwam zetten? In die vroege morgen, nog bijna duister, omhoogturend zagen we grote groepen vliegtuigen overkomen. Het luchtafweergeschut van Schiphol en langs ’t Spaarne begon met harde knallen te paffen. Vergeefse moeite daar de vliegtuigen veel te hoog zaten. Al snel hoorden wij het geroep van huis tot huis, van tuin tot tuin: De Duitsers zijn ons land binnengevallen.’ Wanneer het verslag werd geschreven is niet bekend.
- Russer, G.A.
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-2047
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer




