
Zolang er nog tranen zijn
Een joodse vrouw vertelt haar levensgeschiedenis.<br/>Ze heeft een gelukkige kindertijd in Duitsland maar voor joden wordt het daar steeds onaangenamer.<br/>Haar ouders besluiten in 1939 zich te Hamburg in te schepen op de s.s. St.Louis. Na veel omzwervingen per schip komen ze aan in Amsterdam waar ze opgevangen en gehuisvest worden in het Lloyd Hotel. Als de oorlog ook in Nederland uitbreekt, wordt ze met haar familie verplaatst naar Westerbork, waar ze in totaal vier jaar blijft.<br/>In de begintijd kunnen daar de joodse gebruiken in ere worden gehouden, totdat in 1943 angstige tijden aanbreken. In 1944 wordt ze op transport gesteld naar Theresienstadt en via verschillende andere kampen komt ze tenslotte terug in Nederland.<br/>Ze vertelt over de leef- en werkomstandigheden in de verschillende kampen, de behandeling door de Duitsers, de andere mensen uit veel landen die ze daar ontmoet.<br/>In de loop der tijd verliest ze bijna haar hele familie. Bij haar terugkeer wordt ze opgevangen door haar grootouders
- Grünberg, Hannelore
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-1289
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer






